Citaten 71 t/m 80 van 127.
-
Ik houd niet van gezag, ten minste niet van gezag van anderen.
-
Ik houd van hem, die arbeidt en uitvindt, opdat hij de Übermensch een huis bouwe en aarde, dier en plant op hem voorbereide, want zo wil hij zijn eigen ondergang.
-
Ik houd van hem, die gouden woorden zijn daden vooruit werpt en altijd nog meer houdt, dan hij belooft, want hij wil zijn ondergang.
-
Ik houd van hem, die niet te veel deugden wil hebben. Eén deugd is meer deugd dat twee, omdat zij vaster knoop is, waaraan het noodlot zich hecht.
-
Ik houd van hem, die uit zijn deugd zijn neiging en zijn noodlot maakt; aldus wil hij om der wille van zijn deugd leven en niet meer leven.
-
Ik houd van hem, die zich schaamt, als de teerling naar zijn geluk valt en die dan vraagt; ben ik dan een valse speler? Want hij wil te gronde gaan.
-
Ik houd van hem, die zijn deugd liefheeft; want de deugd is wil tot ondergang en een pijl van verlangen.
-
Ik houd van hem, die zijn God geselt, omdat hij zijn God liefheeft, want hij moet onder toorn van zijn God te gronde gaan.
-
Ik houd van hen die niet eerst achter de sterren een reden zoeken om onder te gaan en offer te zijn; doch die zich der aarde offeren, opdat de aarde eenmaal de Übermensch behore.
-
Ik houd van het woud, in de steden is het slecht leven; daar zijn te veel bronstigen.