Citaten 1 t/m 10 van 163.
-
Jij mag je kinderen geven van je liefde, maar niet van je gedachten, want zij hebben hun eigen gedachten. Je mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen want hun zielen toeven in het huis van morgen, dat je niet bezoeken kunt, zelfs niet in je dromen. Je mag proberen hun gelijk te worden, maar tracht hen niet aan je gelijk te maken.
-
Een huwelijk is als een huis: als het niet wordt onderhouden en bewoond, komt er al gauw verval, hoe mooi het ook werd opgebouwd.
-
Spaken komen samen in een naaf, maar de lege ruimte maakt de kar bruikbaar. Een pot bestaat uit klei, maar de lege ruimte maakt de pot bruikbaar. Balken en stenen vormen een huis, maar de lege ruimtemaakt het huis bruikbaar. Alleen het niets is bruikbaar.
-
Een huis zonder boeken is als een lichaam zonder ziel.
-
Ik heb drie stoelen in mijn huis: een voor de eenzaamheid, een voor de vriendschap en een voor gezelschap.
-
Een drankprobleem, dat is het probleem dat er geen drank in huis is.
-
Wanneer je erop uittrekt om te gaan schilderen probeer dan alles wat je voor je ziet te vergeten; een boom, een huis, een veld, of wat dan ook. Denk alleen: hier is een blok blauw, daar een rechthoek roze, daar een streep geel, en schilder het precies zoals het er voor jou uitziet, de exacte kleur en vorm.
-
Ik kwam tot uw kust als vreemdeling, ik woonde in uw huis als gast, ik ga van uw deur heen als vriend, mijn aarde.
-
En als je werkelijk onderzoekt wat dit leven inhoudt, niet theoretisch, maar het met je ogen en oren gadeslaat, met alles waarover je beschikt, zul je zien nietszeggend, hoe klein, hoe onbetekenend en bekrompen het is; je hebt misschien een Rolls Royce, een groot huis, een prachtige tuin, maar innerlijk is het leven een nimmer aflatende strijd boordevol tegenstellingen, tegenstrijdige begeerten en 1001 verlangens.
-
We klampen ons liever vast aan het bekende, dan het onbekende onder ogen te zien - het bekende is ons huis, onze meubels, onze familie, ons karakter, ons werk, onze kennis, onze roem, onze eenzaamheid, onze goden - dat kleine iets dat onophoudelijk in zichzelf ronddraait met zijn eigen begrensde patroon van een verbitterd bestaan.









