Citaten 11 t/m 20 van 163.
-
Zolang er in een huis geen stof ligt, leeft het nog, zoals een lichaam niet dood is zolang het transpireert.
-
Armoede is heel mooi in gedichten, maar kwaad in huis. Ze is heel mooi in spreuken en preken, maar heel kwaad in het werkelijke leven.
-
Dit jaar hadden we geen vakantie. We speelden dan maar dat ons huis een week lang geen electriciteit had en dat moeder alles moest klaarmaken met olijfolie.
-
Zeer beperkt is het leven in huis, een duistere plaats. Wie zijn woning verlaat, is vrij.
-
Om de wereld te kennen, behoeft men zijn huis niet te verlaten; men behoeft niet uit het raam te kijken om de wegen van de hemel te zien. Hoe verder u zich verwijdert, des te minder kennis u opdoet.
-
Succes stelt niets voor als je 's avonds in een leeg huis thuiskomt.
-
De kerk is Gods eigen huis, maar toch staat op de toren een bliksemafleider.
-
Je huis wordt je thuis wanneer je het deelt met anderen.
-
De versiering van dit huis zijn de vrienden die er komen.
-
Je huis schoonhouden zolang je kinderen nog opgroeien, is als sneeuwruimen voordat het heeft opgehouden met sneeuwen.