Citaten 21 t/m 30 van 163.
-
Laat niemand, die niet aan wiskunde heeft gedaan, mijn huis binnenkomen.
-
Waarschuwingsbord op een huis: 'Breek in, en bezorg onze pitbull de dag van zijn leven.'
-
Op een party zijn er 2 soorten mensen: zij die willen blijven en zij die willen naar huis gaan. Jammer genoeg zijn die twee meestal met elkaar getrouwd.
-
De fantasie van vele christelijke heiligen was soms onvoorstelbaar smerig. Krachtens de theorie dat deze begeerten echte demonen waren die in hen huis hielden, voelden zij zich daarbij niet al te zeer aansprakelijk: aan dat gevoel danken wij de veelzeggende oprechtheid van hun zelf-bekentenissen.
-
Een gedicht is een huis. Men moet erin kunnen wonen. En om gerieflijk te zijn moet het een kelder, een zolder en vele diepe kasten voor onze herinneringen hebben.
-
De echte egoïst is in staat een huis in brand te steken om een ei te bakken.
-
De rook van het eigen huis is dierbaarder dan het vuur van de buren.
-
Van haar geneurie is het huis vervuld;
Een woordeloos en zeer eentonig zingen
Een melodie van eindeloos geduld
En eindeloos bedwongen hunkeringen. -
Als je je huis niet voor je eigen plezier schildert en behangt kun je het beter kaal laten, want andere mensen zien het toch niet.
-
De taal is het huis van het zijn. In haar woning leeft de mens. De denkers en dichters zijn de bewakers van deze woning.