Citaten 311 t/m 320 van 1314.
-
Wanneer iemand in woede zou uitroepen dat ik hem beledigd heb, laat hij dan wel bedenken, dat wie de schoen past, hem mag aantrekken.
-
Wanneer iemand mij ervan beschuldigt dat ik mijzelf tegenspreek, antwoord ik: Omdat ik het een keer, of verscheidene keren, bij het verkeerde eind heb gehad, ben ik niet van plan het altijd bij het verkeerde eind te hebben.
-
Wanneer iemand sterft, sterft hij niet enkel aan de ziekte die hij heeft. Hij sterft aan zijn hele leven.
-
Want ik, wie is dat? Dat is iemand die zich een ik meent te herinneren. Neem hem die herinneringen af en hij is niemand meer.
-
Wat betreft de kleuren die ik gebruik, wat is daar zo interessant aan? Ik denk niet dat iemand beter of helderder zou kunnen schilderen met een ander palet van kleur. Het belangrijkste is om te weten hoe je de kleuren dient te gebruiken. Hun keuze is een kwestie van gewoonte. Om kort te gaan: ik gebruik loodwit, cadmium oranje, vermiljoen, meekrap, kobaltblauw, chroomgroen, dat is alles.
-
We gaan daarom trachten iets te weten te komen over onszelf, niet volgens mij of een of andere onderzoeker of filosoof - want, als we iets leren over onszelf volgens iemand anders, leren we iets over hem, niet over onszelf - neen, we gaan leren wat wij in feite zijn.
-
We kunnen niet iedereen helpen, maar iedereen kan iemand helpen.
-
Zeg tegen iemand dat hij een ezel is; negen kansen op tien dat hij onmiddellijk begint te balken.
-
'Hoe denkt u over hemel en hel?' vroeg iemand aan Jean Cocteau. 'Ik zal u het antwoord moeten schuldig blijven. Ik heb vrienden in beide'.
-
'Ik kom voor die job van leeuwentemmer.' - 'Dat is jammer. Ik heb net iemand aangenomen. Maar kom morgen eens terug.'