Citaten 161 t/m 170 van 1486.
-
Hoofddoekjes, ik weet niet waarom, maar ik vind het wel wat hebben, en je hebt tenminste altijd iets om je lul mee af te vegen.
-
Ik heb zo weinig geleefd dat ik de neiging heb me voor te stellen dat ik niet sterven zal; het lijkt zo onwaarschijnlijk dat een mensenleven tot zo weinig wordt gereduceerd; we stellen onszelf voor dat er vroeg of laat iets zal gaan gebeuren.
-
Is een kind eenmaal in ingewikkelde huiselijke omstandigheden opgevoed, waar de leugen een normaal iets is dan hanteert het met even grote natuurlijkheid de leugen en zegt onwillekeurig altijd de dingen die met zijn belang stroken; een zin voor waarheid, een tegenzin tegen de leugen als zodanig kent het niet en begrijpt het niet en zo liegt het in alle onschuld.
-
Sparen is een vulgair iets dat elke dwaas kan; maar er is een wijs man voor nodig om dat wat zorgvuldig opgespaard is oordeelkundig uit te geven.
-
Achter alle leed glinstert iets dat u van schoonheid zuchten doet.
-
De dwazen beseffen van iets pas de waarde, als ze het hebben verloren.
-
De vrouw die erin slaagt nieuwsgierigheid op te wekken bij een man, is al driekwart op weg om hem verliefd te maken; want is liefde iets anders dan nieuwsgierigheid?
-
Een succesvolle persoon plaatst meer aandacht op het correcte doen dan om iets correct te doen.
-
Het is slechts schijn dat iets een kleur heeft, in werkelijkheid bestaan er alleen maar atomen en de ruimte.
-
Hoe meer men mensen analyseert, hoe meer alle redenen daarvoor verdwijnen. Vroeg of laat stuit men op dat afschuwelijke, gemeenschappelijke iets dat men de menselijke natuur noemt.