Citaten 121 t/m 130 van 133.
-
Pronkende weldadigheid is ijdelheid, die optreedt in een gewaad aan de liefde ontstolen.
-
Slechts weinig mensen kunnen het brengen tot trots, de meesten blijven hangen aan de ijdelheid.
-
Toneelspel kwam in 't licht tot leerzaam tijdverdrijf,
Het wijkt geen ander spel noch koninklijke vonden.
Het bootst de wereld na, het ketelt ziel en lijf,
En prikkelt ze tot vreugd of slaat ons zoete wonden.
Het toont in kleen begrip al 's mensen ijdelheid,
Daar Demokriet om lacht en Herakliet om schreit. -
Trots maakt dat wij onszelf achten; ijdelheid maakt dat wij de achting van anderen begeren.
-
Wanneer ijdelheid zich op ernstige dingen richt, noemt men haar eerzucht.
-
Wat de man de rede noemt, is alleen de ijdelheid van zijn gevoeligheid.
-
Wie is de vrouw die, hoe volmaakt ook, geen ijdelheid heeft?
-
De coquetterie is een strik, die de ijdelheid der vrouwen voor de onze spant.
-
De meeste auteurs zijn ijdel; enkele zijn het niet: uit ijdelheid.
-
Er bestaat een valse bescheidenheid, die niets is dan ijdelheid.