Citaten 1 t/m 10 van 21.
-
De God van het Oude Testament is zo'n beetje het onaangenaamste personage dat de literatuur ooit heeft voortgebracht. Hij is jaloers en er nog trots op ook; hij is een kleingeestige, onrechtvaardige, onverzoenlijke regelneef; een haatdragende, bloeddorstige pleger van etnische zuiveringen; een vrouwenhatende, homofobe, racistische, kinderen en volkeren uitmoordende, drammerige, megalomane, sadomasochistische, onvoorspelbaar boosaardige dwingeland.
-
Onaantrekkelijke vrouwen zijn altijd jaloers op haar man, mooie vrouwen nooit.
-
Wat een raar ding is dat, bezit, waar mensen zo jaloers om kunnen zijn! Toen ik niets had, had ik bossen en weiden, de zee en de lucht met haar sterren; sinds ik dit oude huis en deze tuin kocht, heb ik alleen dit huis en deze tuin.
-
De mensen zijn meer jaloers op wat anderen hebben dan op wat ze zijn.
-
Het enige waar ik bij jonge mensen jaloers op ben zijn hun levers.
-
Jaloers zijn is meerdere levens tegelijk willen leven.
-
Waar jaloezie is, is liefde. Vrouwen zijn vaker jaloers dan mannen.
-
Zielig zijn degenen die het gemaakt hebben want de hele wereld zal jaloers op hen worden.
-
Eerlijk gezegd was ik soms een beetje jaloers op die hongerige kinderen in India, die nooit alles wat op hun bord lag hoefden op te eten.
-
Er zijn tijden dat een minnaar ernaar verlangt ook een vader en een broer te zijn: hij is jaloers op de jaren die hij niet heeft gedeeld.








