Citaten 1 t/m 10 van 24.
-
Journalisten: de goeden hebben geen leven, de slechten hebben geen werk.
-
Als journalisten met ministers lunchen kwijnt de democratie.
-
Het hongerige beest ‘publiek’ moet telkens iets nieuws hebben om over te praten. En de oppassers, de journalisten, geven dat publiek iets om over te praten. Vroeger werd men voor de leeuwen geworpen; nu verslindt het publiek iemand smakelijk nadat hij door de journalisten gebraden is als het lievelingsgerecht van het publiek: geklets!
-
Een grote menigte slechte schrijvers leeft alleen van de zotheid van het publiek om niets te willen lezen dan wat heden gedrukt is: de journalisten!
-
Moderne journalisten verontschuldigen zich altijd onder vier ogen voor wat ze in het openbaar tegen je hebben geschreven.
-
Hoe wordt de wereld geregeerd en in een oorlog geleid? Diplomaten liegen tegen journalisten en geloven het wanneer ze het lezen.
-
Journalisten zijn net als kinderen. Ze stellen grote vragen en zijn tevreden met heel kleine antwoorden.
-
Bismarck heeft van de journalisten gezegd, dat het meest mensen zijn, die hun roeping hebben gemist. De waarheid is nog veel erger: het zijn meest mensen, die hun roeping niet hebben gemist.
-
De politici zouden niet zo veel liegen als de journalisten niet zo indiscreet waren.
-
Een reden misschien waarom de romanschrijvers meer en meer afstand proberen te houden van journalisten is dat de romanschrijvers de waarheid proberen te schrijven en de journalisten proberen om fictie te schrijven.





