Citaten 31 t/m 40 van 202.
-
Ieder mens heeft geloof ik het gevoel, dat hij er eigenlijk niet bijhoort, bij het leven van de andere mensen. Dat hij op een of andere manier iets anders is, een gast, en hij doet alle mogelijke moeite om te zorgen, dat de anderen dat niet zullen merken. Dat is het gevoel, dat alle mensen gemeen hebben, en daardoor horen ze juist bij elkaar.
-
Juist de onprijzenswaardige mensen stellen er prijs op uitvoerig geprezen te worden.
-
Juist zijn dwalingen maken de mens beminnelijk.
-
Daardoor is de wereld juist des te mooier dat zij een geheim is.
-
De vrouw wenst de waarheid niet; wat is haar gelegen aan de waarheid? Haar grote kunst is de leugen, haar hoogste aangelegenheid schijn en schoonheid. En laten wij mannen het eerlijke bekennen: wij waarderen juist die kunst en dat instinct in de vrouw.
-
Koop in het theater nooit een programma, als je het wil lezen doen ze juist het licht uit.
-
Minachting van anderen is geen teken van superioriteit: een groot intellect denkt juist dat andere mensen zo ongeveer zijn als hijzelf.
-
Ook al voordat de catastrofe plaatsvond, had Anton de naam 'Buitenrust' niet opgevat als de rust van het buitenzijn, maar als iets dat buiten de rust was , - zoals 'buitengewoon' niet op het gewone van het buitenzijn slaat (en nog minder op het buiten wonen in het algemeen), maar op iets dat nu juist niet gewoon is.
-
Wij handelen niet goed omdat wij deugd bezitten of excellent zijn, maar wij hebben juist die eigenschappen omdat we goed gehandeld hebben.