Citaten 81 t/m 90 van 202.
-
Juist het tegenovergestelde doen is ook navolgen, namelijk van het tegendeel.
-
Juist omdat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, moeten we blij zijn dat niet iedereen aan onze kant staat.
-
Liefde en kunst omhelzen niet wat mooi is, maar wat juist door die omhelzing mooi wordt.
-
Want al het menselijk doen bestaat toch goed bezien juist daarin, dat de mens te allen tijde voor zichzelf bewijst dat hij een mens en geen orgelplaat is.
-
Wat de meeste mensen van elkaar weten, is slechts juist genoeg om zich in elkaar te kunnen vergissen.
-
Bij juist rekenen is één plus één gelijk aan alles en twee min één gelijk aan niets.
-
Dat is juist het wezen der dilettanten, dat zij de moeilijkheden niet kennen, die aan iets verbonden zijn, en dat zij altijd iets willen ondernemen, waartoe zij geen kracht hebben.
-
De man van de wereld kent gewoonlijk de mensen, maar niet de mens. Bij de dichter is het juist omgekeerd.
-
De oudste boeken zijn nog maar juist verschenen voor hen die ze nog nooit gelezen hebben.
-
Een juist moment verleent een klein geschenk bijzondere waarde.