Citaten 1 t/m 3 van 3.
-
Een krekel kent de zomer, maar lente en herfst zijn hem vreemd. De zon kent geen nacht.
-
Een mens is afhankelijk van zijn medemens als een slang van zijn huid of een krekel van zijn vleugels.
-
Hoor je de fonteinen ruisen,
hoor je hoe de krekel tjirpt?
Stilte, stilte, laten we luisteren,
gezegend, die sterft in dromen.


