Citaten 191 t/m 200 van 247.
-
De grappenmaker is de bedelaar in het rijd des geestes. Hij leeft van aalmoezen, die het geluk hem toewerpt; van invallen.
-
De kunst bestaat niet alleen om zichzelve, niet alleen om een voertuig te zijn ener gedachte, maar als onwillekeurige vorm van het beste, wat in de mens leeft.
-
De mens is een amfibie die tegelijkertijd in twee werelden leeft - het bestaande en het zelfgemaakte, de wereld van materie, leven en bewustzijn en de wereld van symbolen.
-
De mens is een wanprodukt; hij leeft zoveel mogelijk op kosten van anderen.
-
De moed leeft sluimerend in een gelukzalige tijd.
-
De moedige leeft misschien niet eeuwig, maar de voorzichtige leeft helemaal niet.
-
Denk aan het heden. Denk aan je leven, dat van minuut tot minuut verdergaat. De ene minuut volgt op de andere, het is dus mogelijk te leven zoals jij leeft, aangezien je leeft.
-
Die zonder dwaasheid leeft, is niet zo wijs als hij meent.
-
Een aristocratie is in een republiek als een kip zonder kop: hij kan dan nog wel rondrennen alsof die leeft, maar in feite is hij reeds dood.