Citaten 1 t/m 4 van 4.
-
En zo hebben we een muzikale samenleving, een samenleving van luisteraars die uit klassen bestaat. En deze klassen zijn gescheiden, ze gaan niet met elkaar om. In concerten hebben we de gewoonte om voor de artiest te applaudisseren en ik heb eens geschreven dat mensen niet voor de artiest applaudisseren, maar voor zichzelf. Ze juichen het toe dat ze deel uitmaken van een bepaalde muziekklasse en deze muziekklasse vertegenwoordigd zien worden door de kunstenaar voor hen.
-
Praten is een pure kunst. De enige beperkingen zijn het geduld van de luisteraars.
-
Van alle slechte luisteraars is de ergste diegene die zo graag luistert dat hij niet alleen jouw gesprek wenst te horen maar ook dat van ieder ander in de kamer.
-
Wagner is gelijk aan Beethoven? - Er blijft één groot verschil: bij Beethoven was de muzikant doof, bij Wagner de luisteraars.