Citaten 1331 t/m 1340 van 5506.
-
Het ik is – niets, maar tegelijk één met alles. In die zin betekent nederigheid: totale wegcijfering van jezelf.
-
Het is onmogelijk discussiëren met iemand, die zegt de waarheid niet te zoeken, maar deze reeds te kennen.
-
Het leven is onomkeerbaar als een rivier: het kan maar één kant op. Het kan niet op zijn schreden terugkeren om iets ongedaan te maken, uit te wissen, over te doen... Je kunt er maar één keer in- en één keer uitstappen.
-
Het overkomt de huichelaar soms dat hij zichzelf ervan overtuigt de deugden te bezitten die hij zich aanmatigt; zoals de kwakzalver, door steeds maar hoog op te geven van de heilzame werking van zijn zalf, uiteindelijk zelf gelooft wat hij zegt en zich er zelf mee inwrijft.
-
Het was het huis van een boer, maar in gastvrijheid was het dat van een koning.
-
Het wezenlijke van een volwassen, volgroeide religie is dat zij iets zegt, maar iets anders bedoelt.
-
Het woord is niet aan de dichter, maar aan de gedichten.
-
Hij heeft geen vijanden, maar zijn vrienden hebben een intense hekel aan hem.
-
Hij is razend intelligent. Hij kan niks, hij durft niks en hij doet niks, maar hij is razend intelligent.
-
Hoe ouder, hoe gekker! En daarmee maakt men de ouderdom belachelijk. Maar men vergeet dat het voor andere mensen levensgeluk betekent als ze nog gekke streken kunnen uithalen.