Citaten 1851 t/m 1860 van 5506.
-
De levenskracht van een tijdperk bevindt zich niet in de oogst, maar in het zaaien.
-
De liefde is een ziekte. Er is maar één genezing: bezit.
-
De mens bezit voldoende vindingrijkheid om schoenen te ontwikkelen maar is ook dom genoeg om er naast te gaan lopen.
-
De mens is niet een cirkel met een middelpunt, maar een ellips met twee brandpunten: de feiten zijn het ene en de ideeën het andere.
-
De mens wikt, maar God beschikt.
-
De mens zou egoïst willen zijn, maar kan het niet. Dat typeert zijn ellende en is de bron van zijn grootheid.
-
De mensen zijn uitentreuren gewaarschuwd dat vleierij gemeen en schadelijk is, maar dat heeft niets geholpen. De vleier vindt altijd een zwak plekje in het hart van zijn naaste.
-
De ondeugd laat, als een zweer in het vlees, een berouw na in de ziel, dat zich telkens weer openrijt en met bloed bedekt. Want de rede wist de andere droefheden en smarten uit, maar zij wekt die van het berouw steeds weer op.
-
De openbare mening is een lachspiegel die de dingen nu eens te groot, dan weer te klein vertoont, maar altijd verwrongen.
-
De opvoedkunde? zei Taine vertrouwelijk. Een van de grootste dwaasheden van deze tijd. Maar, voegde hij eraan toe, laten wij dat niet te hardop zeggen; er zijn zoveel mensen die ervan leven.