Citaten 111 t/m 120 van 124.
-
Moet het werk de meester prijzen, dan moet de meester zwijgen.
-
Moet ooit het recht geschonden worden, dan moet het gebeuren om zich van de heerschappij meester te maken; verder moeten recht en deugd worden betracht.
-
Vanmorgen kwam voor het eerst bij mij het idee dat mijn lichaam, die trouwe metgezel, die veilige vriend, beter bij mij bekend dan mijn eigen ziel, slechts een slinkend monster is dat uiteindelijk haar meester zal verslinden.
-
Velen zijn schaakmeesters geworden, niemand is de schaak meester geworden.
-
Voor een kok is louter vakkennis niet voldoende : ik wil niet dat zijn verhemelte slaafs is. Een kok moet de smaak van zijn meester hebben.
-
Wanneer de liefde spreekt, is hij de meester.
-
Wie vooruit plant, is meester over de dag.
-
Wij loven vaak de knecht om de meester te tergen.
-
Zijt meester van de taal, gij zijt meester van het gemoed.