Citaten 51 t/m 60 van 124.
-
Wie altijd wil een leerling zijn, zal ook altijd een meester vinden.
-
Wie God zo eigen is geworden, heus, voor hem licht God net zo helder op in het wereldse als in het meest goddelijke.
-
Als ik God wil kennen zal ik Hem moeten worden, en Hij mij.
-
De kenner en de gekende zijn één. Eenvoudige mensen menen, dat zij God zouden kunnen zien, alsof Hij daar stond en zij hier. Dit is niet zo. God en Ik, wij zijn één in kennis.
-
De mens heeft aangetoond dat hij de meester van alles is - behalve van zijn eigen aard.
-
De tijd is een groot meester; hij brengt veel zaken in orde.
-
Een wijs man is meester over zijn geest, de dwaas is er de slaaf van.
-
God doet mij geboren worden als zich zelf, en zich zelf als mij en mij als zijn wezen en zijn natuur.
-
God is zozeer in alle dingen, dat Hij ook buiten alle dingen is.
-
Het is alsof God een muur heeft opgericht tussen Hem en ons.