Citaten 1131 t/m 1140 van 1703.
-
Mijn zoon is gisteren niet naar school kunnen komen, daar hij zijn vader heeft moeten helpen slachten.
-
Mislukking zal me nooit inhalen als mijn vastberadenheid om te slagen sterk genoeg is.
-
Moe als ik mij en oud als ik mij voel worden, is mijn gebeente koud van ingevroren haat tegen de horde.
-
Naar mijn mening is gulzigheid is geen zonde, maar een kwaliteit.
-
Naar mijn weten heeft men voor een criticus nog nooit een gedenkteken opgericht.
-
Natuurlijk hou ik van jou. Ik ben je man. Dat is mijn werk.
-
Nee, ik ben niet bang voor de dood. Alleen vind ik dat de voorzienigheid het slecht geregeld heeft. Dus ik zou veel liever zien dat mijn ziel wordt begraven en dat mijn lichaam onsterfelijk is.
-
Niet streven naar plezier, maar plezier vinden in de inspanning zelf is het geheim van mijn geluk.
-
Niet wat ik heb, maar wat ik doe, is mijn koninkrijk.
-
Niets kalmeert mij meer na een lange en dolmakende reeks pianorecitals dan bij mijn tandarts te gaan zitten en in mijn kiezen te laten boren.
George Bernard Shaw
Iers-Engels schrijver, criticus en Nobelprijswinnaar literatuur (1925) (1856 - 1950)