Citaten 1181 t/m 1190 van 1703.
-
Wanneer ik idioten in een restaurant hoor, ben ik van streek, maar ik troost mezelf door te denken dat ze ook aan mijn tafel hadden kunnen zitten.
-
Wanneer ik in mijn diepste rouwen, wanhopend in de nacht ga schouwen; ik zie de grote en de kleine beer. Gij echter, zijt er niet, o Heer. De handen die ik reeds had gevouwen, verstop ik in mijn zakken weer.
-
Wanneer ik me niet meer erger, ben ik aan mijn ouderdom begonnen.
-
Wanneer ik mijn ogen sluit, zie ik de dingen beter dan met open ogen.
-
Wanneer zal ik dood en verlost zijn van al het kwaad dat mijn vader heeft gedaan?
-
Wat Darwin te beleefd was om te zeggen, mijn vrienden, is dat we de aarde kwamen regeren, niet omdat we de slimste of zelfs de gemeenste waren, maar omdat we altijd de krankzinnigste, meest moorddadige klootzakken in de jungle zijn geweest.
-
Wat indien alles maar illusie is en er eigenlijk niets echt bestaat. In dat geval heb ik teveel betaald aan mijn tapijt.
-
Wat mijn recht als mens ook is, het is ook het recht van een ander; en het wordt mijn plicht dat recht ook te waarborgen en niet alleen te bezitten.
-
Wat zo vreselijk is, is dat nadat elke fase van mijn leven afgelopen is, er niet meer overblijft dan een banale gemeenplaats die iedereen reeds kent.
-
Wee mij, zij hebben mijn vrouw en al mijn geluk begraven.