Citaten 121 t/m 130 van 1703.
-
Het is mijn schuld, mijn persoonlijke schuld dat het de wereld slecht gaat.
-
Ik ben een uniek wezen, en alleen wanneer ik mijn uniek-zijn leef, slaagt mijn uniek geluk.
-
Liever geschuwd om mijn waarheid dan gezocht om mijn schijn.
-
Mijn leven lang heb ik gemerkt: het karakter van een mens komt verreweg het best tot zijn recht als hij zich kwaad maakt over een grapje.
-
Nog een korte tijd,
dan heb ik gewonnen,
dan is de hele strijd
in één keer verzwonden,
dan kan ik rusten gaan
in rozenzalen
en achter elkaar
met mijn Jezus praten. -
Waar mijn ideeën vandaan komen? Ze komen ongeroepen en direct, ik zou ze met de handen kunnen vasthouden, in de natuur, in het woud, tijdens wandelingen, in de stilte van de nacht, in de vroege ochtend, geïnspireerd door gevoelens, die bij de dichter in woorden worden omgezet, bij mij in tonen, klinken, bruisen, stormen, tot ze eindelijk in noten voor mij staan...
-
Zo dikwijls ik uit mijn eenzaamheid onder de mensen ging, zo dikwijls ben ik minder mens weergekeerd.
-
Het orgel is in mijn ogen en oren de koning van de instrumenten.
-
Ik ben zo overtuigd van de juistheid van mijn ideeën, dat ik er nooit ook maar in de verste verte aan gedacht heb een discussie uit te lokken...
-
Ik zou willen dat men over mijn naam zweeg en zich niet Lutheraan maar Christen noemt. Wat is Luther? De waarheid is toch niet van mij! En ik ben ook voor niemand gekruisigd. [...] Hoe zou ik, arme, stinkende madenzak er dan toe komen dat de kinderen van Christus zich naar mijn naam zouden noemen?