Citaten 1291 t/m 1300 van 1703.
-
Er wonen spinnen comfortabel in mijn huis terwijl de wind buiten huilt. Ze vallen niemand lastig. Als ik een vlieg was, zou ik erover nadenken, maar dat ben ik niet, dus ik denk niet.
-
Er zijn dijken gebroken, lawines veroorzaakt, vloedgolven ontstaan. Mijn vader is weg, voor altijd verdwenen, en niks is veranderd, het wordt gewoon ochtend, er komt weer een avond. Er is niks veranderd, en alles is anders.
-
Er zijn waarschijnlijk in totaal slechts zeven personen die mijn werk weten te waarderen; en dat is genoeg. Ik zou zelfs schrijven als ikzelf de enige geduldige lezer was, want mijn doel is slechts zelfexpressie.
-
Genie is het goud in de mijn, talent is de mijnwerker die werkt en het naar buiten brengt.
-
Gewoonlijk zei ik tegen mijn man; als jij zorgt dat ik iets kan begrijpen, zou het voor iedereen in het land begrijpelijk zijn.
-
God beware me voor mijn vrienden; mijn vijanden neem ik zelf wel voor mijn rekening.
-
God, van wiens grondgebied ik mijn ambassadeurs op veertienjarige leeftijd had teruggetrokken. Het was inmiddels duidelijk geworden dat hij nooit iets zou doen wat ik wilde.
-
Gods aard' is waarlijk wonderschoon
en waard zich te vermeien;
daarom zal ik tot aan mijn dood,
me in deez' aard' verblijden. -
Het enig goede van mijn afnemend geheugen is dat het mij nader heeft gebracht tot mijn moeder. Zij en ik vergeten nu tegelijkertijd alles.