Citaten 131 t/m 140 van 1703.
-
Indien mijn welbeminde mij slechts met de lippen wilde aanraken, zou ook ik, als een fluit, openbarsten in melodieën.
-
Mijn vrouw is zo achterdochtig dat zelfs haar ogen elkaar in de gaten houden.
-
Nog een paar maanden, een paar winters, en niet een van deze machtige gastheren die ooit dit brede land vulden of die nu in fragmentarische groepjes door deze enorme eenzaamheid zwerven, blijft over om te wenen over de graven van een volk ooit zo krachtig en hoopvol als uw eigen.
Maar waarom zouden we klagen? Waarom zou ik mopperen over het lot van mijn volk? Stammen bestaan uit individuen en zijn niet beter dan zij. Mensen komen en gaan als de golven van de zee. Een traan, een klaaggeest, een klaagzang, en ze zijn voorgoed verdwenen uit onze verlangende ogen. Zelfs de blanke man, wiens God met hem wandelde en sprak, als vriend onder elkaar, is niet vrijgesteld van deze gemeenschappelijke lotsbestemming.
Wellicht zijn we uiteindelijk toch broeders. We zullen zien. -
Het overtuigen van mijn vrouw om met mij te trouwen was veruit mijn meest briljante prestatie.
-
Ik heb geleerd van mijn fouten en ik ben er zeker van dat ik ze exact kan overdoen.
-
Mijn liefde is als een rode, rode roos, die vers in juni is ontloken.
-
Mijn mama vertelde me altijd: 'Als je niet iets kan vinden om voor te leven, vind dan iets om voor te sterven'.
-
Ook in mijn vorige leven geloofde ik al niet in reïncarnatie.
-
Slechts één keer stond ik met mijn mond vol tanden. Dat was toen iemand vroeg: 'Wie ben je?'