Citaten 141 t/m 150 van 1703.
-
Zeventig worden is geen bijzondere prestatie. Als ik mijn adem had ingehouden was het niet gebeurd.
-
De winter, een rauwe gast, zit bij mij thuis, blauw zijn mijn handen van de handdruk zijner vriendschap.
-
Een vrouw protesteert zeggende: 'Natuurlijk was het een gerechtvaardigde oorlog. Mijn zoon viel er in.'
-
Elke morgen breng ik mijn vrouw koffie aan bed. Het enige wat ze nog moet doen, is hem malen.
-
Hoe meer ik over mensen leer, hoe meer ik van mijn hond houdt.
-
Ik mag niet roken van mijn vrouw. Ze vind dat de gordijnen te vuil worden als we met zijn tweeën roken.
-
Laten we het nog eens duidelijk stellen: ik zie in, dat ik geheel moet veranderen tot in de wortels van mijn wezen; ik kan mij niet langer verlaten op welke traditie ook, omdat de traditie deze kolossale luiheid, aanvaarding en gehoorzaamheid heeft voortgebracht; ik kan onmogelijk iemands andere hulp inroepen voor deze verandering; niet die van een leraar, een god, een systeem, van een uiterlijke dwang of invloed.
-
Ook in mijn vorig leven geloofde ik al niet in reïncarnatie.
-
De rust waarvan ik in een bibliotheek zo geniet bestaat niet alleen uit stilte. Al dat papier dempt ieder geluid, maar ook het ruisen van mijn gedachten. Hun ongedurigheid vindt troost in de overmacht aan kennis langs de wanden. Die is zoveel groter dan ooit in mijn hoofd zal passen. Dat kalmeert me en herinnert mij eraan dat ik niet per se alles hoef te weten en begrijpen. Zoveel is al opgeschreven en ik heb het allemaal binnen handbereik.