Citaten 151 t/m 160 van 1703.
-
Ik verlang het absurde: dat het leven zin heeft. Ik vecht voor het onmogelijke: dat mijn leven zin krijgt.
-
Ik weet niet wie mijn grootvader was; het interesseert me veel meer wat zijn kleinzoon zal zijn.
-
Ik wil best een oude man ontmoeten, als het maar niet in de spiegel is van mijn kapper.
-
Je mag niet te hard oordelen over mijn secretaressen. Ze zijn lief en begripsvol als ik van een zware dag thuis terug op kantoor kom.
-
Mijn manier van grappen maken is de waarheid vertellen.
-
Als ik 's zondags al eens een keer thuis ben vragen mijn kinderen: 'Wie is die bleke man daar die het vlees snijdt?
-
De grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld.
-
Door vijanden omringd,
Door vrienden in den nood
Geschuwd als aas dat stinkt,
Houd ik mij lachend groot,
Al is mijn ziel verminkt,
Mijn lijf voor driekwart dood. -
Het oog waarin ik God zie, is hetzelfde oog waarin God mij ziet. Mijn oog en Gods oog, dat is één oog en één zien en één liefhebben.
-
Ik ben een moslim en mijn religie zorgt ervoor dat ik tegen alle vormen van racisme ben. Het weerhoudt me ervan om een man te beoordelen op zijn huidskleur. Het leert me om hem te beoordelen naar zijn daden.