Citaten 171 t/m 180 van 1703.
-
Plots realiseerde ik me dat die kleine, mooie blauwe 'erwt' de aarde was. Ik stak mijn duim op, sloot één oog, en mijn duim bedekte de aarde volledig. Ik voelde me niet als een reus; ik voelde me heel, heel klein!
-
Tot mijn groot genoegen kon ik onmiddellijk antwoord geven en ik deed het ook. Ik zei dat ik het niet wist.
-
'Wat is dat?' vroeg Harry beverig.
'Dit? Dit is een Hersenpan', zei Perkamentus. 'Soms merk ik, en dat gevoel zul je ongetwijfeld kennen, dat er te veel gedachten en herinneringen in mijn hoofd zitten.' -
De vieze jongetjes uit mijn jeugd, die op hun dertiende jaar schunnigheden zaten te vertellen achter hun geschiedenis- of aardrijkskundeboek, die zijn niet begonnen te schrijven. Die zijn predikant geworden of zo.
-
Een vriend die mij mijn feilen toont, gestreng bestraft en nooit verschoont, heeft op mijn hart een groot vermogen.
-
Hoe kan men zeggen dat mijn leven geen succes is? Heb ik niet meer dan zestig jaar lang genoeg te eten gehad en weten te voorkomen dat ik zelf werd opgegeten?
-
Ik droomde dat ik aan de hemelpoort mijn pincode vergeten was.
-
Mijn brein is mijn tweede favoriete lichaamsdeel.
-
Mijn geweten is mij meer waard dan alle zedepreken bij elkaar.
-
Mijn waarnemingen zijn zelden waar, toch blijf ik ze nemen.