Citaten 261 t/m 270 van 1703.
-
Ik heb voor mijn kleinzoon een boek gekocht. Twee uur lang heeft hij naar de batterijen gezocht.
-
Ik laad elke dag de batterijen van mijn GSM op. Alleen die van mezelf wil ik wel eens vergeten.
-
Ik laat mijn mond niets zeggen wat mijn hoofd niet kan verdragen.
-
ik tel mijn idealen
en raak er steeds meer kwijt
het went, dat gevoel van spijt
verliezen tegen de tijd. -
Ik voel mij somber. Ei, wat zal ik doen?
Een platte geest dronk nu een glaasje.
Maar ik ben een poëtisch baasje
en ga mijn weemoed in een versje doen. -
Ik weet dat ik kan schrijven. Een paar verhaaltjes zijn goed, m'n Achterhuisbeschrijvingen humoristisch, veel uit mijn dagboek spreekt, maar... of ik werkelijk talent heb, dat staat nog te bezien.
-
Ik werd in mijn afwezigheid berecht en in mijn afwezigheid ter dood veroordeeld, dus ik zei dat ze me in mijn afwezigheid konden doodschieten.
-
Ik wil niet onsterfelijk worden door mijn werk; Ik wil onsterfelijk worden door niet dood te gaan.
-
Ik zou het niet wagen mijn totale gebrek aan zedelijkheid te verdedigen. Nee, ik kom er rond voor uit. Ik heb een afschuw van wat ik ben, maar toch, al mijn goede wil ten spijt, kan ik niet anders zijn.
-
In mijn land moet je eerst naar de gevangenis gaan alvorens je president kan worden.