Citaten 301 t/m 310 van 1703.
-
Klacht van een leraar: 'Soms wou ik dat ik na mijn dood terugkwam als een kinderepidemie.'
-
Mij leek toen het grote ogenblik gekomen om de meccanodoos verder uit te pakken en ermee aan de slag te gaan. Toen ik aanstalten maakte om hem te openen, riep mijn moeder:
'Wat doe je nou?'
'Ik ga hem openmaken, ik wil ermee spelen.'
'Ben je helemaal betoeterd geworden? Zo'n duur cadeau. Blijf af.'
'Maar... maar... ik heb hem toch van opa gekregen. Ik wil ermee spelen.'
'Geen sprake van, afblijven. Zo'n duur cadeau, en daar wou je zomaar met je tengels aanzitten? Niks hoor, ik zet hem weg.' -
Mijn dokter gaf me de raad te stoppen met dineetjes voor 4, tenzij er 3 andere mensen bij waren.
-
Mijn hele jeugd lang hebben ze tegen mij gezegd: Je zal wel eens zien als je 50 bent. Ik ben 50 jaar. Ik heb niets gezien.
-
Mijn status van dubbelzinnigheid betreft dus 'spelletjes'. Alleen 't woord is me al een gruwel. Moet ik 't sociale virus dat spel, gezelligheid en samenzijn heet de dood verklaren, of er liever de fiolen van mijn geestelijke ingewanden over uitstorten?
-
Op politiek gebied zie je dat de mens weinig ten goede verandert. In mijn laatste boek heb ik het in dat verband over de Griekse legeraanvoerder en historicus Thucydides. Als je hem leest zie je allerlei politieke, strategische en militaire overwegingen die heel erg lijken op wat wij nu doen.
-
We zouden niet aan ons verleden moeten denken als aan iets wat definitief vastligt... Mijn verleden verandert iedere minuut, naar gelang de betekenis die ik er aan geef, op dit moment.
-
Zoals ik in mijn graf alleen zal liggen, zo leef ik in wezen ook eenzaam.