Citaten 351 t/m 360 van 1703.
-
Het is dat landschap waarvan de individualiteit me ’s nachts in mijn dromen soms haast bovennatuurlijk krachtig aangrijpt en dat ik bij het wakker worden niet meer kan terugvinden.
-
Het spijt me, maar ik wil geen keizer zijn. Dat zijn mijn zaken niet. Ik wil over niemand regeren of iemand overwinnen.
-
Het zou soms aardig zijn als de mensen het theater verlaten, de stoep aflopen en geraakt worden door een taxi. Ik wil niet dat ze echt geraakt worden, maar het is in ieder geval beter dan dat ze het theater verlaten met als enige gedachte: 'Waar heb ik mijn auto gelaten?'
-
Ik ben beroofd en leeg, mijn schepen zijn verbrand,
mijn stem verloor haar gloed en vindt geen weerklank meer
in 't dode firmament, niets dan de galm die keert
van 't sombere gewelf van mijn ontredderd hart. -
Ik bid nooit... Ik verwacht niet dat God mij zal uitkiezen en mij voordelen zal geven ten opzichte van mijn medemensen... Het gebed lijkt me een uiting van zwakte en een poging om, door bedrog, de vastgelegde spelregels te vermijden. Ik weiger aan zwakheid toe te geven. Ik ga de uitdaging van verantwoordelijkheid aan.
-
Ik breng mijn dagen in mijn tuin door, en mijn avonden in mijn bibliotheek. Mijn interesses zijn verdeeld tussen mijn geraniums en mijn boeken. Met de bloemen bevind ik mij in het heden; met de boeken in het verleden.
-
Ik heb al mijn twisten kunnen bijleggen door het langst te zwijgen.
-
Ik heb geen angst voor de dood. Mijn enige angst is in reïncarnatie terug te komen.
-
Ik heb mijn leer verkondigd omdat het tot een einde van al het vergankelijke, tot rust, tot verlichting, tot het Nirwana voert.
-
Ik heb misschien mijn hart verloren, maar niet mijn zelfbeheersing.