Citaten 371 t/m 380 van 1703.
-
Mijn moeder was gek op kinderen - zij zou er alles voor hebben gegeven als ik er een was geweest.
-
Mijn schoonmoeder had pijn onder haar linkerborst. Het bleek een gezwollen knie te zijn.
-
Nu de theologen, aan wie ik misschien beter stilzwijgend voorbij zou kunnen gaan, zonder in deze beerput te roeren en slapende honden wakker te maken, anders zouden deze uiterst prikkelbare iezegrimmen me wel eens in eskaders kunnen aanvallen met ontelbare conclusies en dwingen mijn woorden weer in te slikken, om me bij een weigering onmiddellijk als ketter te bestempelen.
-
Ongeacht hoe eng de poort,
Welke straffen ook mijn deel.
Ik ben de meester van mijn lot:
Ik ben de gezagvoerder van mijn ziel -
Op de troon geroepen door de stem van het volk, is mijn stelregel altijd geweest; vrij baan voor het talent, zonder onderscheid van stand.
-
Op mijn horloge kun je de klok gelijk zetten.
-
Oude schrijvers citeren, mijn jonge, dat is het begin van alle gemak.
-
Poëzie schuilt overal, overal, mijn vrienden. Het is de vraag maar, wie haar al, wie ze niet kan vinden.