Citaten 381 t/m 390 van 1703.
-
Verdraag het, mijn hart; je hebt al ooit iets ergers verduurd.
-
Zij vroeg mijn oordeel over de vrouwen en ik zweeg tot zij het wist.
-
Al mijn gedachten zijn een speldenprik in het heelal en een stekelvarken in mijn omgeving,
-
Al wat ik omtrent mijn begrafenis wens, is niet levend begraven te worden. Maar hoe of waar moet aan elk redelijk wezen volkomen onverschillig zijn.
-
Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,
Nooit vond ik ergens anders onderdak;
Voor de' eigen haard gevoelde ik nooit een zwak,
Een tent werd door den stormwind meegenomen. -
Als ik geweten had dat sterven zo mooi was, had ik meer van mijn leven genoten.
-
Als ik naar je ogen kijk, kijk ik mijn ogen uit.
-
Als kind wilde ik al niet naar de anti-autoritaire kindercrèche. Maar mijn vader zei: je moet.
-
Als mijn vrienden gelukkig zijn, zal ik minder ongelukkig zijn.
-
Bedenk waar 's mensen glorie eindigt en begint
En zeg mijn glorie was dat ik door vrienden werd bemind.