Citaten 431 t/m 440 van 1703.
-
Mijn vader was van huis uit stinkend rijk. Ik daarentegen heb er keihard voor moeten erven.
-
Mijn voornaamste bezwaar tegen het vegetarisme zijn de laatste vier letters; isme, daar moet je mee oppassen.
-
Mijn vrienden, onthoud dit, er bestaan geen onkruid en slechte mannen. Er bestaan alleen slechte boeren.
-
Mijn vrouw en ik overwogen een scheiding, maar toen we de prijzen van de advocaten hoorden, hebben we maar besloten een nieuwe wagen te kopen.
-
Mijn zoon, zei de slotenmaker bedroefd, gij zult nog vieze winden laten.
-
Nee, ik denk niet dat het eerlijk is om de islam 'gewelddadig' te noemen. Maar ik kan wel zeggen dat bij mijn weten geen enkele schrijver ooit is ondergedoken omdat hij de Amish bekritiseerd heeft.
-
Niet naar mij, maar naar mijn gedachtegang luisterend is het wijs dezelfde gedachte te hebben: dat alles één is.
-
O mijn broeders, wat ik in de mens kan liefhebben, dat is, dat hij een overgang is en een ondergang.