Citaten 531 t/m 540 van 1703.
-
Voor degene die me verraden heeft, komt het woord vaarwel uit mijn mond zonder mijn hart aan te raken.
-
Vooral tijdens mijn slaap wantrouw ik mij.
-
Wanneer een filosoof mij antwoord, begrijp ik mijn vraag niet meer.
-
Wat ik moeilijk alleen kan laten is mijn eigen bibliotheek of de openbare bibliotheek. In een wereld zonder boeken zou ik al lang wanhopig zijn geweest.
-
We hadden het over Abraham die Isaak offert, en toen vroeg ik aan mijn vader: en als God dat nou eens aan u zou vragen om mij te offeren, zou u dat dan ook doen? Ja, zei hij.
-
Weet je wat misschien het vreselijkste is van alle gezegden? "De tijd heelt alle wonden". Maar het is waar. Er blijft altijd een litteken, dat misschien pijn doet als het weer omslaat; maar de wond is op een dag geheeld. Als jongen van een jaar of acht ben ik eens gestruikeld met zo'n gebogen, puntig nagelschaartje in mijn handen, dat drong diep in mijn knie en ik weet nog precies hoe ik gilde van de pijn. Net als iedereen heb ik dus een litteken op mijn knie, maar ik zou je nu niet kunnen zeggen, op welke. Jij hebt beslist ook littekens, waarvan je je de wonden niet meer kunt herinneren. Daar zit toch iets afschuwelijks in. Dat betekent toch, dat die wonden er achteraf evengoed niet geweest hadden kunnen zijn.
-
Alle mannen in mijn familie hadden een baard, en de meeste vrouwen.
-
Alles waar je je wil en je aandacht op richt, wordt onzichtbaar, onbereikbaar, dat is tenminste mijn ervaring. Je ziet de dingen pas werkelijk uit je ooghoeken, als je eigenlijk ergens anders mee bezig bent.
-
Als iemand een vrouw kust en niet verder gaat als ze samen alleen zijn, dan is het naar mijn mening zijn eigen schuld. Een vrouw die haar lippen vrijelijk geeft, geeft de rest heel gemakkelijk.
-
Als ik mijn rivaal omhels, dan is het om hem te verstikken.