Citaten 841 t/m 850 van 1703.
-
Vanaf mijn kindertijd heb ik God gezocht en heb de duivel gevonden.
-
Verdwaald in het immense bos in de nacht, heb ik slechts een klein lichtje om me te begeleiden. Er komt een vreemdeling langs die tegen me zegt: "Mijn vriend, blaas de kaars uit zodat je de weg beter kunt vinden". Deze vreemdeling is een theoloog.
-
Vier persoonlijke voornaamwoorden verstoren de vrede in de wereld; Ik, Gij, Mijn, Dijn.
-
Volmaakte liefde verdrijft de angst. Waar liefde is, zijn er geen eisen, geen verwachtingen, geen afhankelijkheid. Ik eis niet dat je me gelukkig maakt; mijn geluk ligt niet in jou. Als je me zou verlaten, zal ik geen medelijden met mezelf hebben; Ik geniet enorm van je gezelschap, maar ik klamp me niet aan je vast.
-
Voor honderden, die ik daardoor als mijn lotgenoten erken, begon het leven pas op het ogenblik dat zij Parijs ontdekten.
-
Voor ik schrijf, wacht ik tot het klinkt in mijn ooren, en als ik ophou is het omdat mijn ooren op zijn.
-
Voor mijn geboorte was er een oneindige tijd en na mijn dood een onuitputtelijke tijd. Ik heb er nooit eerder aan gedacht: ik leefde schitterend tussen twee eeuwigheden van duisternis.
-
Voor mijn gemoedsrust zal ik op elk moment over iets liegen.
-
Voordat ik mijn lichaam geef, moet ik mijn gedachtes, mijn geest, mijn dromen geven.