Citaten 861 t/m 870 van 1703.
-
"Wanneer bent u geboren ?" - " Geen idee. Het moet in de jaren 30 geweest zijn toen mijn moeder nog leefde."
-
"Dit, is nu mijn weg, waar is de uwe?" Zo antwoordde ik hun, die mij "naar de weg" vroegen. Die weg namelijk, bestaat niet!
-
"Welke dag is het?" vroeg Poeh. "Het is vandaag," piepte Knorretje. "Mijn favoriete dag," zei Poeh.
-
Aan plagiaat heb ik een broertje dood; mijn glas is niet groot, maar ik drink uit mijn eigen glas.
-
Afgezien van het verlangen om mooie dingen te produceren, was en is de belangrijkste passie van mijn leven haat tegen de moderne beschaving.
-
Alles dwong tot stilte en zelfbeheersing, maar ik kon mezelf niet bedwingen en sprak mijn gedachten uit.
-
Als de kusjes geschreven waren, zou je mijn brief met je lippen lezen!
-
Als de zon opgaat, keert mijn moreel gevoel terug.
-
Als een blanke me wil lynchen, is dat zijn probleem. Als hij de macht heeft om me te lynchen, is dat mijn probleem. Racisme is geen kwestie van houding; het is een kwestie van macht.
-
Als God me nou eens een duidelijk teken zou geven! Zoals in mijn naam een grote storting doen bij een Zwitserse bank.