Citaten 81 t/m 90 van 1703.
-
Mijn grootvader had zo'n hazelip dat hij dwarsfluit kon spelen op een blokfluit.
-
Als jongetje had ik geen besef van mijn talent. Ik mocht steeds meedoen met een oudere groep. Toen was er geen kwestie van dat ik de beste was, of mij zo voelde. Ik was de jongste, en moest, elk keer opnieuw, knokken om erbij te mogen komen, erbij te blijven, erbij te horen, en dat gevecht is in principe nooit opgehouden.
-
Iedere gedachte die ik in een vorm gevangen heb, moet ik bevrijden door mijn daden.
-
Ik ben een veelschrijver die niet ophoudt met mijn pen mij tegen de oorlog te verzetten.
-
Ik ben nooit voorstander geweest van lange verlovingen; zij geven man en vrouw de gelegenheid achter elkaars karakter te komen voordat het huwelijk gesloten is, hetgeen naar mijn overtuiging niet verstandig is.
-
Mijn dromen zijn geen bedrog maar dromen.
-
Mijn vrouw en ik zijn op visite geweest bij de deurwaarder. We dachten: het hoeft niet altijd van één kant te komen.
-
Mijn vrouw leidt een dubbel leven: het hare en het mijne.
-
Soms vermoed ik dat mijn vrouw me wel helemaal doorheeft, maar aangezien ik van mezelf weinig weet, kan ik dat moeilijk beoordelen.
-
Laat zien wat er in jouw hart omgaat en verberg het niet opdat ik kan laten zien wat er in mijn hart omgaat en waartoe het ik in staat ben.