Citaten 41 t/m 50 van 68.
-
Het hoofd regeert nooit over het hart, maar wordt gewoon haar partner in misdaad.
-
Hij die het proces ontvlucht bekent zijn misdaad.
-
Hij, wie de misdaad voordeel brengt, die heeft haar gepleegd.
-
Mensen hebben warmte nodig. Daarop leven ze. Daarvan leven ze. Die warmte is geen misdaad. Het gebrek eraan is de misdaad.
-
Onze levens zijn niet van onszelf. We zijn gebonden aan anderen, in het heden en verleden, en door elke misdaad en elke vriendelijkheid, brengen we onze toekomst tot stand.
-
Religie leert je tevreden te zijn met onbeantwoorde vragen. Het is een soort misdaad tegen de kindertijd.
-
Armoede geeft misdaad een korting.
-
De grootste misdaad van de mens is geboren te zijn.
-
De misdaad strekt tot schande en niet het schavot.
-
De misdaad van de dwaas is de misdaad die wordt ontdekt en de misdaad van de wijze is de misdaad die niet wordt ontdekt.