Citaten 121 t/m 130 van 202.
-
Er is niets poëtischer dan de waarheid. Wie dáárin geen poëzie vindt, zal steeds 'n pover poëetje blijven daarbuiten.
-
Het beslissen bij meerderheid van stemmen is 't recht van de sterkste, in der minne. Het beduidt: áls we vochten, zouden wij winnen, laat ons 't vechten overslaan.
-
Het uitloven van beloningen, het schenken van medaljes en dergelijke middelen, hebben altijd nadelig gewerkt.
-
Het vinden van de waarheid, dat is het naderen tot waarheid, zou niet zo moeilijk wezen, als we minder lafhartig waren. In zeer veel gevallen durven we niet weten wat waar is.
-
Ik geef wenken, geen regels.
-
Ik gis dat mijn denkbeeld over de almacht der Noodzakelijkheid zo oud is als de wereld. Overal vind ik sporen van dit idee. De Romeinen spraken van 'n Fatum dat boven de persoons-goden stond. De Grieken hadden hun anagkè. Maar 't Volk maakte ook dáárvan weer personen.
-
Ik ken zeer weinig mensen die lezen kunnen.
-
Ik zeide in idee 5, dat de optelling van veel middelmatigheden altyd gelijk blijft aan één middelmatigheid. Waarschijnlijk had ik moeten zeggen: het gemiddelde ener verzameling van middelmatigheden staat beneden de middelmatigheid.
-
Nederigheid is 'n lafhartige manier om wat te schijnen.
-
Waar is bepaald dat uw vrouw niet mag meespreken over de belangen van uw huis, dat toch ook haar belangen zijn, en over de belangen van haar kinderen? Dat doen de Zeden.