Citaten 161 t/m 170 van 202.
-
Als 'k doof was, zou 'k niet kunnen schrijven.
-
De jeugd moet zich oefenen in 't bepalen.
-
De noodzakelijkheid is God. Meer weet ik van God niet te zeggen. En 't spijt me.
-
Dikwijls ligt er droefheid in spot en de vlijm van de satire wondt niet naar buiten, vóór ze het eigen hart griefde, waarin de satire geboren werd.
-
Een oud heer las de krant, en hield die ver van zich.
'Waarom doet ge dat? vroeg ik.'
'Ik zie niet goed van nabij, sedert ik oud werd.'
Ik wou dat mijn lezers oud werden, en mij lazen van verre. -
Eens voor al, het woordje: is, gebruik ik tot verkorting van "zou misschien, als ik me niet bedrieg, en u waarschuwende tegen mijn neiging tot scheef zien, kunnen wezen".
't Is mijn plicht u dit te zeggen. Maar uw plicht is te zorgen dat ge uw eigen neiging tot scheef zien niet vergeet. -
Egoïsten zijn mummies. In plaats van een hart, hebben zij een perkament volgeschreven met "beginselen".
-
Er bestaat geen hoogmoed. Er bestaat geen nederigheid. Er bestaat alleen waarheid of onwaarheid.
-
Geloof en buig u, of verwerp en sta rechtop. Naïeve, kinderlijke, soms verheven onwaarheid is nu en dan te dulden in poëzie. Maar 2 x 2 = 5 zal 'n gruwel blijven, zolang 2 x 2 niet meer en niet minder is dan vier.
-
Geloof wat gij wilt maar doe naar uw geloof.