Citaten 171 t/m 180 van 202.
-
Het is zeer moeilijk zich juist uit te drukken. Wie klaagt over gebrek aan diepte in deze gedachte, is niet gewoon zich toe te leggen op de juistheid van uitdrukking. Dat is mijn denkbeeld.
-
Ik dank u, lieve Natuur, dat ge dit althans hebt verordend, dat ieder belast blyft met z'n eigen digestie.
-
Ik paste een hoed, en zei: die maat is goed. Mijn kleine jongen had een hoedje nodig, en wou dezelfde maat hebben.
'Papa, je hebt gezegd die maat was goed.' Zo'n jongen! -
Ik stap af van de voorschriften, van de wet, om te spreken over de zeden en 't gebruik. Ik zeg nu niet meer: christenen, wat hebt ge van de vrouw gemaakt? Ik vraag u, Nederlanders, wat gij daarvan gemaakt hebt?
-
Ik weet zeer weinig. En 't smart me zó, dat ik waarlijk geloof aanspraak te hebben op meer. En daarom wou ik zo graag onsterfelijk wezen.
-
Kritiek heeft de strekking de lezer of toeschouwer de weg te wijzen tot begrijpen, waarderen en genieten van 't kunstvoortbrengsel.
-
Lasteraars en dichters scheppen niet. Ze rangschikken.
-
Men kan evenmin iets goeds voortbrengen door 't volgen van modellen, als zich voeden met de spijs die 'n ander gegeten heeft.
-
Men meent dat ik "opsta tegen alles". Dat is de term. Och, als men wist hoeveel dingen ik voor heilig houd!
-
Niemand schat hoog genoeg, wat hij kan zijn, niemand laag genoeg wat hij is.