Citaten 11 t/m 20 van 202.
-
De ziel van den mens groeit niet van loon, maar van den arbeid die het loon verdient.
-
Ik ken heel veel christenen die hun bijbel nooit inzien, al is dat dan ook het enige middel om christen te blijven.
-
Er is maar een zonde, een misdaad, een slechtheid; gebrek aan hart.
-
't Is niet waar dat 'n kind onderdanigheid en liefde schuldig is aan z'n ouders. Dat ellendige voorschrift is uitgevonden ten-gemakke van ouders die gebrek voelden aan geestelijk overwicht, en te lui waren of te droog van hart om liefde te verdienen.
-
Misschien is niets geheel waar, en zelfs dat niet.
-
Ik wou mezelf gaarne eens ontmoeten om te weten hoe ik me beviel. Maar 'k moet bijzonder goed gehumeurd wezen op die dag, want ik hou niet van onaangenaamheden.
-
Ik leg mij toe op 't schrijven van levend hollandsch. Maar ik heb schoolgegaan.
-
We nemen 't anderen meer kwalijk dat ze onze fouten kennen, dan onszelf dat wij daaraan mank gaan.
-
Velen laten 't kwaad, niet omdat zij het haten, maar uit vrees voor de gevolgen en noemen dan die vrees: deugd.
-
Wie tevreden is over zyn arbeid, heeft reden tot ontevredenheid over zyn tevredenheid.