Citaten 191 t/m 200 van 202.
-
Wat is, moet wezen; wat niet is, kan niet bestaan.
-
Wie afkeurt, tone dat zijn oordeel rijp is.
-
Zeden zyn onrechtvaardige meesters. Zij straffen de afwyking maar beloonen geen gehoorzaamheid.
-
Zelden schrijf ik wat ik wil, en nooit wat 'n ander wil.
-
Zoudt gij menen, dat politiek beheerst wordt door een wet van andere soort, dan die de plooien van uw kleed regeert?
-
Het kost mij niet de minste moeite een dwaling te erkennen. Ja zelfs, vaak doe ik 't gaarne. Maar dat is waarachtig hoogmoed. -
Als ooit begrip en vergeving mocht te kort schieten, 't zou wezen bij het aanzien der huichelerij die deze vuile pasmunt van de deugd wil uitgeven voor goud.
-
De man, die zich uitsluitend toelegt op één vak, is van het gewicht daarvan doordrongen en wordt beheerst door de neiging dat gewicht te overschatten. Een specialiteit is uit de aard der zaak pedant of erger.
-
Een kind dat in 't vertrouwen op vaders waarheidsliefde geloof slaat aan fabelen, kan beminnelijk wezen in z'n dwaling. Maar de opgeschoten jongen die 'n jas draagt als papa... die rookt, drinkt, vloekt als papa... die Latijn verstaat, en meespreekt of fysica als papa... die bij dat alles bang is voor weerwolf en bietebauw... zo'n lummel is onverdraaglijk.
-
Het besluiten tot iets groots kan geschieden met kalme vastberadenheid of in geestdrift. Het eerste staat natuurlijk hoger. Dit hogere nu vindt men zelden, maar nu en dan toch, bij 'n individu. Bij vergaderingen nooit.