Citaten 171 t/m 176 van 176.
-
Wie slechts geeft, opdat zijn naam geprezen worde, die koopt wierook in voor wat hij uitgeeft; hij is slechts ruiler, geen gever meer.
-
Al is het lijf tot stof vergaan, toch blijft de grote naam bestaan.
-
Het kleinste stukje zilver dat nog aanspraak kan maken op de naam 'huwelijksgeschenk', is een jamlepel.
-
O! Hoe gevaarlijk is toch een grote naam; een verborgen lot is altijd gelukkiger.
-
Roem is de glans van de goede naam.