Citaten 1741 t/m 1750 van 1778.
-
Men vraagt het volk de macht. Men richt ze tegen het volk. Om zijn bestwil, naar men verzekert.
-
Mensen moeten doen wat ze moeten doen. We denken niet allemaal hetzelfde of doen hetzelfde en het is niet goed anderen naar onszelf te beoordelen.
-
Muziek is prettig om naar te luisteren, maar het hoeft niet eeuwig te duren.
-
Nationalisme maakt ons arm omdat het eeuwig zoekt naar vijanden.
-
Over vijfentwintig jaar kijken we naar uniformen, ridderorder, vaandels en vlaggen, net zoals nu naar de paardentram.
-
Perversiteit is de menselijke dorst naar zelfverwonding.
-
Poeh keek naar zijn twee poten. Hij wist dat een van hen de rechter was, en hij wist dat als je had bepaald welke van hen de rechter was, de andere de linker moest zijn, maar hij wist niet meer hoe hij beginnen moest.
-
Terwijl hun ouders op ijskasten en wasmachines gezeten met hun linkeroog naar de teevee keken en met hun rechternaar de auto voor de deur, een mixer in hun ene hand, De Telegraaf in de andere, begaven de kinderen zich 's zaterdagsavond naar het Spui.
-
Tranen van verdriet,
tranen van geluk;
het hangt van de kant af,
waar je naar kijkt. -
Veel jonge mensen gingen op een vals pad naar hun ware bestemming. Tijd en fortuin zetten hen meestal op de juiste manier.