Citaten 11 t/m 20 van 26.
-
Wat vraagt gij, hoe lang hij heeft geleefd? Hij heeft geleefd tot in het nageslacht.
-
Het echte gaat nooit voor het nageslacht verloren.
-
Iemand plant geen boom voor zichzelf; hij plant het voor het nageslacht.
-
Nadat zijn werk door verscheidene uitgevers was teruggestuurd, besloot hij voor het nageslacht te schrijven.
-
Nationale schuld - Een hypotheek op de eigendommen van ons nageslacht, zodat we beter in staat zijn onze tijdgenoten te vernietigen.
-
'We zijn altijd bezig,' zei hij, 'iets voor het nageslacht te doen, maar ik zou nu wel eens willen zien dat het nageslacht iets voor ons deed.'
-
De deugd der tijdgenoten zal bij het nageslacht in ere blijven, de nijd, waaraan zij blootstonden, zal de nazaat niet bereiken.
-
Een van de grootste geschenken die volwassenen kunnen geven - aan hun nageslacht en aan hun samenleving - is om kinderen voor te lezen.
-
Het nageslacht geeft ieder de eer, die hem toekomt.