Citaten 1 t/m 7 van 7.
-
Wie Socrates vroeg, tot welke nationaliteit hij behoorde, kreeg niet ten antwoord: `Ik ben een Athener', maar: `Ik ben een burger der wereld.'
-
De meeste mensen hebben een nationaliteit. De Ieren en de Joden hebben een psychose.
-
Hij kwam binnen in de lappenjas van een afkorting N.S.M.A.N.N. (Nederlandse Schrijver van Marokkaanse Afkomst met Nederlandse Nationaliteit), maar ging weer weg, na een goede rui, een verlies van overbodige veren, als auteur. Hij is stukken magerder geworden, maar gelukkiger. Noem hem voortaan simpelweg auteur.
-
De toekomst van de Duitse nationaliteit bloeit of verwelkt met de toekomst van de Duitse taal.
-
De weg der nieuwe beschaving gaat van humaniteit door nationaliteit naar bestialiteit.
-
Engeland is misschien het enige grote land wiens intellectuelen zich schamen voor hun eigen nationaliteit.



