Citaten 191 t/m 200 van 421.
-
O mijn broeders, wat ik in de mens kan liefhebben, dat is, dat hij een overgang is en een ondergang.
-
Toen ik tot de mensen kwam, trof ik hen, zittende op een oude eigendunk; allen dachten al lang te weten, wat de mens goed is en wat kwaad.
-
Wanneer men moedige mensen ergens toe wil overhalen, moet men de zaak gevaarlijker voorstellen dan zij is.
-
Wat wij doen wordt nooit begrepen, doch altijd slechts geprezen of gelaakt.
-
Wie veel denkt, deugt niet tot partijganger; hij denkt zich door de partij heen.
-
Zelfs bij de geringste aanspraak op rechtschapenheid moet je vandaag de dag beseffen dat een theoloog, een priester, een paus met elke zin die hem over de lippen komt niet alleen dwaalt, maar liegt - dat het hem niet langer vrij staat te liegen uit 'onschuld', uit 'onwetendheid'.
-
Alle begrippen van de kerk zijn herkend voor wat ze zijn, de boosaardigste valsemunterij die er bestaat, met als doel de natuur, de natuurwaarden van hun waarde te beroven; de priester zelf is herkend voor wat hij is, de gevaarlijkste soort parasiet, de spin die het leven vergiftigt.
-
De christelijke beweging is als Europese beweging van meet af aan een collectieve beweging van alle mogelijke uitschot- en afvalelementen (die met het christendom naar de macht streven).
-
De mens is moeilijk te ontdekken, voor zichzelf nog het moeilijkst; vaak liegt de geest over de ziel.
-
De oorlog en de moed hebben meer groots gedaan dan de naastenliefde. Niet uw medelijden, doch uw dapperheid redde tot nu toe de verongelukten.
De beste nietzsche citaten, wijsheden, quotes en uitspraken vindt u nu al ruim 25 jaar op citaten.net. (pagina 20)