Citaten 211 t/m 220 van 421.
-
Ongehoorzaamheid jegens god, dat wil zeggen jegens de priester, tegen de 'wet', wordt nu voorzien van de naam 'zonde'; de middelen om zich weer 'met god te verzoenen' zijn, wat ook billijk is, middelen waardoor de onderworpenheid aan de priester alleen nog maar des te grondiger gewaarborgd wordt; alleen de priester verlost!
-
Tien malen daags moet gij lachen en vrolijk zijn: anders stoort u in de nacht de maag, die vader der droefenis.
-
Voorwaar, ik zeg u; goed en kwaad, dat onvergankelijk zou zijn, bestaat niet! Van zichzelf uit moet het zich altijd weer te boven komen.
-
Walgelijk om te aanschouwen is hij, wie alleen het onrecht drukt.
-
Wanneer uw hart breed en vol klopt, een golvende stroom gelijk, daar is de oorsprong van uwer deugd.
-
Wat iemand is begint zich te verraden als zijn talent zwakker wordt — als hij ophoudt te laten zien wat hij kan.
-
Wat is de aap voor de mens? Een hoongelach of een pijnlijke schaamte? En zo zal ook de Übermensch zijn; een hoongelach of een pijnlijke schaamte.
-
Wie de hoogste bergen beklimt, lacht om alle treurspel en treurnis.
-
Wie de onvrijheid van de wil voelt, is geestesziek; wie haar verloochent, dom.
-
Wie weet, hoe alle roem ontstaat, zal ook argwaan tegen de roem hebben, die de deugd geniet.
De beste nietzsche citaten, wijsheden, quotes en uitspraken vindt u nu al ruim 25 jaar op citaten.net. (pagina 22)