Citaten 241 t/m 250 van 421.
-
Waar is toch de bliksem, opdat die u met zijn tong likke?
Waar is de waanzin, die in u geënt moest worden?
Ziet, ik leer u de Übermensch; hij is de bliksem, hij is deze waanzin! -
Waren er goden, hoe zou ik het kunnen verdragen, géén God te zijn?
-
Wat is geluk? Het gevoel dat de macht toeneemt, dat er weerstand overwonnen wordt.
-
Wat sprak ik van liefde! Ik breng de mensen een geschenk!
-
Wat voorheen alleen maar ziek was, is heden onfatsoenlijk geworden - het is onfatsoenlijk thans christen te zijn.
-
Weinigen dienen werkelijk de waarheid, omdat slechts enkelen de zuivere wil hebben rechtvaardig te zijn, en van deze hebben weer weinige de kracht rechtvaardig te kunnen zijn.
-
Wie echter de wijste onder u is, die is enkel tweespalt en bastaard van plant en schim. Maar gebied ik dan om planten en schimmen te worden? Zie, ik leer u de Übermensch.
-
Wil men een vriend hebben, dan moet men ook voor hem oorlog willen voeren, en om oorlog te voeren, moet men vijand kunnen zijn.
-
Wil tot liefde; dat is, willig zijn ook tot de dood. Aldus spreek ik tot u, lafaards!
-
Zwakkelingen en mislukkingen horen ten onder te gaan: eerste regel van onze mensenliefde.
De beste nietzsche citaten, wijsheden, quotes en uitspraken vindt u nu al ruim 25 jaar op citaten.net. (pagina 25)