Citaten 271 t/m 280 van 421.
-
Ik loop door dit volk en laat menig woord vallen; maar zij weten niet te nemen, noch te behouden.
-
Ik moet, als gij, ondergaan, zoals de mensen het noemen, tot wie ik wil afdalen.
-
Ik wil U kennen, onbekende. Gij diep in mijn ziel grijpende. Mijn leven als een storm doorvarende. Gij ondoorgrondelijke, aan mij verwante. Ik wil U kennen, zelf U dienen.
-
Is de gekwetste ijdelheid niet de moeder van alle treurspelen?
-
Je moet vleugels hebben als je van de afgrond houdt.
-
Leef zo, dat je kunt wensen dat het leven eeuwig terugkeert, dat is de taak.
-
Leren wij ons beter te verheugen, dan verleren wij het best, anderen pijn te doen en pijnlijks uit te denken.
-
Lijf ben ik geheel en al, en niets buiten dat; en ziel is slechts een woord voor een iets aan het lijf.
-
Mannen hebben zelden een baan waarbij ze niet geloven of zichzelf overtuigen dat het belangrijker is dan alle andere. Vrouwen doen hetzelfde bij hun geliefden.
-
Men kan een hekel hebben aan leugen en bedrog omdat men een prikkelbaar eergevoel heeft; men kan de zelfde hekel koesteren uit lafheid omdat de leugen krachtens een goddelijk gebod verboden is.
De beste nietzsche citaten, wijsheden, quotes en uitspraken vindt u nu al ruim 25 jaar op citaten.net. (pagina 28)